De hoorn klinkt
De hoorn klinkt, de jachthoorn, het gaat beginnen. Om de hoorn heen heel zacht de strijkers, het is nog mistig, tremolo, es-majeur, (Es-Bes-Es-G-Bes), alles aarzelt nog hierbuiten op het veld van de muziek. Eerst haast twijfelend, dan aanzwellend, steeds wat duidelijker scheurt de hoorn door de grijze flarden en geeft richting aan de luisteraar alsof je naar een ree aan de bosrand tuurt. Bes, want de hoorn staat in F, maar weet je, laat maar, dat hoef je allemaal niet weten. De hoorn speelt Bes, lang aangehouden, (wordt wakker, staat alert!) dan die lagere bronstroep, de Es (die weerklink in je borstkas), nu de korte, haast felle Es, een stoot na en vervolgens terug naar de oerroep, de lange Bes. En precies dan hoor ik de eerste tik. In Bruckners 4de symfonie, gedirigeerd door Eugen Jochum, gespeeld door de Berliner Philharmoniker. De naald van mijn Dual platenspeler spat precies daar waar mijn vroegere platenspeler, precies dezelfde Dual, ook voor het oor pikte, en va...